Spring naar content

Schaarste – Wat werkt?

Schaarste, gebrek aan bijvoorbeeld geld, heeft een sterke invloed op het denkvermogen van mensen.

Voor meer informatie kun je de verdiepingsartikelen over schaarste raadplegen. Lees verder om te ontdekken welke werkzame bestanddelen je in je interventie kunt toepassenom de effecten van schaarste te verminderen.

De ruimte die mensen hebben om na te denken (bandbreedte) wordt bij ernstige geldzorgen grotendeels ingenomen door gedachten die te maken hebben met schaarste. Daardoor blijft er minder ruimte over om aan andere dingen te denken. De lange termijn verdwijnt uit beeld en de focus komt voornamelijk op de korte termijn te liggen.


Werk vanuit een positieve basishouding

Bij mensen die te maken hebben met de psychologische gevolgen van schaarste is het van belang om als hulpverlener een positieve basishouding aan te nemen. Daarbij zijn in elk geval de volgende elementen van belang:

  • Benader hulpvragers zonder oordeel. Probeer te begrijpen hoe ze tot een keuze komen, zonder ze als dom of onhandig te bestempelen.
  • Een gebrek aan motivatie is bijna nooit de oorzaak van iemands geldzorgen of armoede. Schaarste en het nadenken daarover neemt simpelweg zoveel psychische ruimte in dat mensen onverstandige beslissingen nemen en de langetermijngevolgen van hun keuzes niet kunnen overzien.
  • Straal rust uit. Dat geeft de hulpvrager meer ruimte om na te denken.
  • Voeg geen onnodige stress toe aan de situatie.
  • Hou rekening met de psychologische basisbehoeften: zorg dat mensen autonomie en betrokkenheid ervaren en zich competent voelen.

Hou rekening met tunnelvisie

Werkzame elementen werken vaak, maar niet altijd. Het hangt van de omstandigheden en de toeDoor de effecten van schaarste krijgen mensen een tunnelvisie. Daarin is alleen ruimte voor overleven op de korte termijn. Andere zaken die van belang zijn voor het hulpverleningsproces dringen vaak niet meer door. Probeer daar rekening mee te houden in je interventie, bijvoorbeeld op de volgende manieren:

  • Maak het invullen van formulieren eenvoudig. Zo heeft iemand er weinig bandbreedte voor nodig. Of vul formulieren samen in zodat de hulpvrager het niet kan uitstellen.
  • Sluit zoveel mogelijk aan bij iemands beschikbare bandbreedte. Die is het grootst wanneer het gevoel van schaarste het minst is, bijvoorbeeld direct na het ontvangen van inkomen of toeslagen. Op die momenten zullen brieven beter landen.
  • Herinner mensen met bijvoorbeeld sms’jes aan acties, (spaar)doelen of afspraken. Zo voorkom je dat ze door hun kortetermijnfocus zaken vergeten die van belang zijn voor een betere financiële toekomst. Door de herinnering hoeven mensen de weinige bandbreedte die ze beschikbaar hebben niet te gebruiken om zaken te onthouden.
  • Geef complimenten of vraag  wat er goed ging en waar iemand trots op is. Dat is vooral belangrijk voor mensen van wie de eigenwaarde is aangetast door negatieve stereotyperingen in de maatschappij. Om zich daartegen te wapenen zetten ze een deel van hun bandbreedte in. Door de eigenwaarde van de hulpvrager te herstellen kunnen ze nieuwe informatie weer beter tot zich nemen.
  • Laat hulpvragers een als-dan plan (implementatie-intenties) maken waarmee ze hun intenties uitspreken. Daardoor bedenken ze vooraf wat ze willen bereiken, welke obstakels ze kunnen tegenkomen en hoe ze die kunnen wegnemen. Als die obstakels zich dan echt voordoen is het makkelijker om ermee om te gaan. Laat ze goed beschrijven in welke situaties ongewenst gedrag optreedt, en hoe het gewenste gedrag er precies uitziet. In de situatie zelf hoeft iemand dan niet veel bandbreedte meer in te zetten om oplossingen te bedenken, omdat dat vooraf al is gebeurd.

Denk na over de context

Of werkzame elementen echt effect hebben, hangt ook af van de omstandigheden en de toepassing. Bedenk dus goed of een bepaald element ook in jouw interventie van meerwaarde is. Met een planevaluatie krijg je meer zicht op de te verwachtten effecten.

Hall, C.C., Zhao, J., & Shafir, E. (2014). Self-affirmation among the poor: Cognitive and behavioral implications. Psychological Science, 25(2), 619-625.

Kerbo, H.R. (1976). The stigma of welfare and a passive poor. Sociology and Social Research, 60, 173–187.

Madern, T. &  van der Werf, M. (2015). Omgaan met schaarste: Haal mensen die rondkomen van een klein budget uit hun tunnelvisie. Utrecht: Nibud.

Madern, T. & Jungmann, N. (2016). Duurzame verbetering van gezond financieel gedrag. Droom of werkelijkheid? Den Haag: WRR.

Mullainathan, S., & Shafir, E. (2014). Schaarste: Hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen. Amsterdam: Maven Publishing.

Tiemeijer, W.L., Thomas, C.A., & Prast, H.M. (2009). De menselijke beslisser: Over de psychologie van keuze en gedrag. Den Haag/ Amsterdam: WRR/ Amsterdam University Press.